ss Statendam III


De kiel van de Statendam II van de Holland Amerika Lijn werd gelegd in 1912. Het casco werd op 6 juli 1914 te water gelaten. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak was het schip nog niet voltooid. Het schip lag onafgemaakt aan de kade bij de Noord-Ierse werf Harland & Wolff tot 1915. Toen vorderde de Britse regering het schip en werd het afbouwen hervat. Het schip werd opgeleverd in april 1917 en was in eerste instantie bedoeld als vervanging voor het ss Lusitania (getorpedeerd door de Duitsers op 7 mei 1915); dus bestemd voor de Cunard Line. Cunard had echter moeite met het samenstellen van een bemanning, terwijl de White Star Line  de bemanning van het ss Britannic beschikbaar had. Het ss Britannic zonk op 21 november 1916 in de Egeïsche Zee. Daarom werd het schip onder beheer van White Star geplaatst (de regering was nog steeds eigenaar van haar) in plaats van dat van Cunard. Het schip is nooit in de kleurstelling van een lijndienst geschilderd. Bij aflevering was ze grijs geverfd en in 1918 werd ze opnieuw gelakt in camouflagekleuren.

Tewaterlating van de Statendam II op 6 juli 1914 , afgebouwd als ss Justicia in 1917

Op 19 juli 1918 werd de ss Justicia drie keer getorpedeerd door de UB 64 voor Skerryvore, Schotland, zonder te zinken. Het schip werd op sleeptouw genomen naar Loch Swilley. De volgende dag werd ze echter nog twee keer getorpedeerd door UB 124 en zonk. Het nog aanwezige personeel (16 man) in de machinekamer vond daarbij de dood. Later op de dag werd de UB 124 zelf tot zinken gebracht door de torpedobootjagers die de ss Justicia ‘beschermden’. Er werd een onderzoek ingesteld door de Royal Navy naar het verloren gaan van de ss Justicia. Het schip werd geëscorteerd door ten minste drie torpedojagers, maar werd binnen 18 uur vijf keer getorpedeerd, telkens bij daglicht! De Royal Navy concludeerde dat de vastberadenheid en moed van de U-bootbemanningen “ongelooflijk” waren.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Holland America Lijn gecompenseerd voor het verlies van de ss Justicia met 60.000 ton staal.

Het ss Statendam III werd gebouwd als passagiers-vrachtschip onder werf nr. 612 door Harland & Wolff voor de Nederlandsche Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (Holland Amerika Lijn) (HAL), Rotterdam. De opdracht voor de bouw aan de Noord-Ierse werf werd verleend op 29 januari 1919. Het schip was ter vervanging van een ander schip dat door de NASM bij die werf was besteld en in 1914 ook te water werd gelaten als STATENDAM (II). Het schip werd door de Engelsen gevorderd in 1917 (WO I) en werd afgebouwd onder de naam ss Justicia. Lees verder ss Statendam III

Schiedam Scheepsbouwstad?


In 2025 viert Schiedam, dat het 750 jaar geleden stadsrechten  kreeg. Het is in dat jaar dan ook op de kop af pas 120 jaar geleden, dat de gebroeders  Henri en Frans Smulders hun nieuw gebouwde scheepswerf “Werf Gusto” openden (1905) in Schiedam, gelegen aan de Nieuwe Maas. Met deze werf trokken ze de stad Schiedam uit het economisch vacuüm dat was ontstaan door de ineenstorting van de jeneverindustrie. Het succes van de werf bracht nieuw leven en elan in de ten dode opgeschreven stad. Het succes werkte aanstekelijk op andere metaalbedrijven/scheepswerven, die zoals bijvoorbeeld Wilton en Fijenoord, niet langer gewenst waren met hun havenblokkerende scheepswerven in Rotterdam. Ook zij vestigden zich in Schiedam, evenals scheepswerf “De Nieuwe Waterweg” en later de werf van A. de Jong. Alleen al deze ontwikkeling in amper 20 jaar van een uitgebluste stad naar een regio met een kerngezonde industrietak “de Scheepsbouw” genaamd, verdient een museum! Lees verder Schiedam Scheepsbouwstad?

De Schiedamse Werven ‘De Hoop’


Er zijn in Schiedam en Kethel aan de “binnenwateren” enkele kleine werven geweest. Allemaal zijn ze verdwenen: de laatste die werd gesloten was “De Hoop” op de uiterste grens van Schiedam en vroeger Kethel, tegenover Overschie. Er was ook nog een “De Hoop”: aan de Lange Nieuwstraat / Nieuwe Haven, maar dit was een heel ander bedrijf.

Een kleine werf met een lange historie,
Rond 1780 koopt Cornelis Frater, telg uit een geslacht van vooraanstaande scheepsbouwers, scheepswerf “De Hoop” aan de Zalmhaven te Rotterdam. Hij bouwt in 1825 de eerste reddingsboot voor de Zuid-Hollandsche maatschappij. A. van Hoboken, de grootste Rotterdamse reder, bestelt bij hem. In 1826 lopen kort na elkaar twee schepen van de helling. Het brikschip “Rottestroom” (370 ton) op 29 november en het fregat “Stad Rotterdam” (650 ton) op 13 december. Dus vermoedelijk was de Frater-werf groot. Of had hij twee werven? Een niet zo gekke gedachte. Want in de familie Frater Smid (waarover later) is nog altijd een wandbord met een afbeelding met het karakteristieke kerkje van Overschie, rechts en een scheefgetrokken zeilschip, waarvan de bodem wordt schoongemaakt. Lees verder De Schiedamse Werven ‘De Hoop’