Branderijen


De branderijen vormden veruit de belangrijkste tak van nijverheid in Schiedam. In deze bedrijven vervaardigde men uit rogge en gemoute gerst moutwijn, gist en spoeling. De moutwijn diende als grondstof voor de bereiding van jenever*, de spoeling werd als veevoeder gebruikt. De productie geschiedde op een manier, waarop ze al anderhalve eeuw lang was geschied: de z.g. oud-Hollandse methode.

Uit ongeveer 275 ton rogge en gerst fabriceerde een branderij per jaar ongeveer 1460 hl moutwijn ad 50%, 23.000 kg gist en bijna 4400 ketels spoeling. In het begin van de 17e eeuw, toen de moutwijnstokerij in Schiedam ontstond, werd er uitsluitend moutwijn geproduceerd. De manier van produceren was in die tijd nog uiterst primitief. De gistfabricage kwam aan het eind van die eeuw op en was pas honderd jaar later vrij algemeen. Langs de weg van de ervaring was toen de economischte methode van stoken ontwikkeld, die tot in de jaren tachtig van de negentiende eeuw ongewijzigd zou blijven. Eerst omstreeks 1884 kwam er verandering in de fabricage. De oud-Hollandse manier werd vervangen door de Franse of Wener methode, die een hogere gist-opbrengst ten gevolge had: in plaats van 23.000 kg gist uit 275 ton graan, 35.000 kg. 

Wilt u meer weten over de ‘Branderijen’? Lees dan online het hoofdstuk over de geschiedenis van de branderijen in het boek “Schiedam in de tweede helft van de negentiende eeuw” van dr. H. Schmitz, uitgegeven in 1962.

Please wait while flipbook is loading. For more related info, FAQs and issues please refer to DearFlip WordPress Flipbook Plugin Help documentation.

Foto: dr. H. Schmitz, schrijver van het boek, getiteld “De economische ontwikkeling van Schiedam in de tweede helft van de 19e eeuw” /Beeldbank Schiedam – beeld 11556 /fotograaf: Chr. Breur.


 

 


Laatst bijgewerkt op: 17 april 2022