Werf Gusto


Begin 1900 ging het Schiedam economisch opnieuw niet voor de wind en ook toen kwam er redding. Die kwam van de in 1838 in Tilburg geboren Augustinus F. Smulders. Hij begon startte met de fabricage van stoommachines in een eigen fabriek in ‘s-Hertogenbosch waaraan in 1865 o.a. een scheepstimmerwerf werd toegevoegd. Uitbreiding bleek daar echter onmogelijk en Smulders vertrok in 1872 naar Utrecht. Hij raakte er echter steeds meer van overtuigd dat de toekomst van zijn bedrijf in en aan het water lag en in 1894 kocht hij scheepswerf ‘De Industrie’ in Slikkerveer. Omstreeks 1901 zocht hij een betere locatie. Die vond hij in het verkommerende Schiedam aan de Nieuwe Maas, aan de kort daarvoor gereedgekomen nieuwe en open waterweg naar zee, op vrijwel dezelfde plek waar eerder scheepswerf ‘De Nijverheid’ zoveel schepen had gebouwd.

Die vestiging in Schiedam ging overigens niet van een leien dakje. De gemeenteraad van Schiedam vonden het bod van Smulders voor de grondprijs van 1,50 gulden per m2 veel te laag met uitzondering van raadslid M.C.M. de Groot. Hij verwachtte gunstige gevolgen voor Schiedam, hoewel ook hij de prijs laag vond. Hij wees de raad op afnemende werkloosheid, loonsverbetering voor de arbeiders met gunstig gevolg voor de middenstand, hogere rijksuitkering voor de stad en opleving “van de algemene geest hier ter stede, een opwekking die verheffend zal werken”. De Groot won het pleit en in juli 1905 werd de scheepswerf A.F. Smulders (later de N.V. Werf Gusto v/h A.F. Smulders, kortweg de Gusto) geopend. Bood het aanvankelijk alleen arbeiders van buiten de stad werk, langzamerhand nam het bedrijf steeds meer arbeiders uit Schiedam in dienst die, niet onbelangrijk, ook huisvesting kregen. Van de huidige woonwijk de Gorzen, ligt de oorsprong voor een belangrijk deel bij de Gusto.

Eind jaren twintig van de vorige eeuw begon echter een crisis die de gehele westerse wereld trof. Gusto overleefde dankzij tijdig de bakens te verzetten en verwierf daarna wereldfaam, mede dankzij de plek waar het bedrijf gevestigd was, met de bouw van speciale vaartuigen zoals tinbaggermolens, grote hopperzuigers en, na de Tweede Wereldoorlog – inmiddels deel uitmakend van de Industriële Handelscombinatie (IHC) – zeewaardige booreilanden, werkeilanden en speciale, computergestuurde schepen met meerdere schroeven die schijnbaar moeiteloos op dezelfde plek op zee stil konden liggen zonder ankers te gebruiken.

De sluiting van de werf in 1978  was een politieke beslissing om het RSV-concern overeind te houden en de subsidie veilig te stellen voor de IHC om de baggerdivisie te reorganiseren. Het uitblijven van grote orders van de offshore industrie voor Werf Gusto verschafte de hoofdrolspelers in dit drama het excuus de werf af te stoten. Dat was een grote slag voor de arbeiders en Schiedam. Gelukkig is er van het bedrijf dat eertijds duizenden Schiedammers en anderen van werk voorzag, een gelijknamig ingenieursbureau overgebleven dat, weliswaar veel minder zichtbaar maar nog steeds vanuit Schiedam, belangrijke offshore-opdrachten van over de gehele wereld krijgt.

Bron: Historische Vereniging Schiedam / ‘Scyedam 30e jaargang nr. 2 mei 2004
Originele tekst: Ser Louis
Herschreven tekst door: Scheepsbouwmuseum.nl
Foto: Collectie St. Erfgoed Werf Gusto / fotograaf: Onbekend


Scheepsbouwmuseum.nl 2021

Laatst bijgewerkt op: 17 augustus 2021