Dieselgemaal J.M. van der Schalk

Rond 1970 werd het dieselgemaal Van der Schalk afgebroken dat in 1935-1936 aan de Maasdijk gebouwd werd, net ten oosten van het oude sluiscomplex van de Vijfsluizen. Het was eens de trots van het Hoogheemraadschap Delfland. Het enige wat nog over is van het gemaal is een bronzen gedenkplaat. Op 8 mei 1937 stelde de minister van Waterstaat, jhr.ir. O.C.A. van Lidth de Jeude, onder grote belangstelling het gemaal in gebruik.

Het dieselgemaal vernoemd naar de Schiedamse hoogheemraad J.M. van der Schalk verving het uit 1864 daterende stoomgemaal Van der Goes. Een in 1929 aangestelde onderzoekscommissie had in 1931 geconcludeerd dat de boezembemaling van Delfland ernstig te wensen overliet en dat ingrijpen nodig was. Het Hoogheemraadschap onderkende de urgentie en besloot tot planvorming, die twee jaar later klaar was. De aanvankelijke kostenraming van fl.900.000,- bleek (waar zie dat tegenwoordig nog!) ruim genomen. Geholpen door de economische crisis, die grondstoffen en arbeid aanzienlijk goedkoper hadden gemaakt, kon in 1935 voor minder dan de helft worden aanbesteed. Deskundigen van de bovenste plank werden ingeschakeld om bij het ontwerp te adviseren, waaronder prof.dr. J.C. Dijxhoorn, een autoriteit op gebied van de machinebouw en motoren. Ir. Kolff, Delfland’s hoofdingenieur, coördineerde het gehele ontwerp- en bouwproces, wat hem bij oplevering een officierschap in de orde van Oranje-Nassau opleverde. Het was dan ook niet niets. Het gemaal had een bemalingscapaciteit van 800 m3 per minuut, die bij ernstige regenval kon worden opgevoerd tot 900 m3. De bouw begon in april 1935 en had grote invloed op de omgeving. De doorgaande weg over de Vijfsluizen werd met een lus omgelegd en ten behoeve van de aanvoer van bouwmaterialen werd een spoorlijntje aangelegd. Het aannemingsbedrijf F. Bijl uit Kethel tekende voor het door Herman van der Kloot Meijburg ontworpen opgaande werk, terwijl het ondergrondse werk door Christiani en Nielsen’s Gewapend Beton Maatschappij uit Den Haag voor zijn rekening werd genomen. De ziel van het gemaal, de bemalingsinstallatie, werd door het Twentse Werkspoor geleverd, waarvan nog prachtige foto’s bewaard zijn. (Zie de Beeldbank Schiedam) Tijdens de oorlogsjaren ondergingen de machines een technische aanpassing. De aanvoer van stookolie stokte en er moest noodgedwongen worden overgegaan op een elektrische bemaling. In 1942 werden daartoe, eveneens door Werkspoor, elektromotoren geplaatst en een transformatorhuisje gebouwd. Na de oorlog werd de oude situatie hersteld. De olie werd met schepen in de Vijfsluizerhaven aangevoerd en met een buizenstelsel in reservoirs gepompt. Deze tanks (ketels) waren afkomstig van het oude stoomgemaal en door de firma Van Hattem uit Schiedam geschikt gemaakt voor hergebruik. Hoe groot de loftuitingen ook waren, lang heeft het gemaal niet gefunctioneerd. In 1962 hield het uitwateren op de rivier tijdelijk en kort daarop definitief op. De aanleg van de Beneluxtunnel, maar vooral de reorganisatie van de boezembemaling betekende het einde van het dieselgemaal.

Bron: Musis 1 mei 2014
Foto: Beeldbank Schiedam, beeldnummer 12882 / fotograaf: P. Groot.