Rederij J.H. van Gent


Een merkwaardige rederij, tenminste merkwaardig wat betreft de namen van haar schepen, was die van de katholiek J. H. van Gent*, die in 1850 op de werf “De Lelie” zijn eerste nieuwe schip liet bouwen, de brik ‘’Stella Maris’’.  Hij was zijn rederij (als het gaat om omvang de tweede rederij in Schiedam) begonnen met de aankoop van de ‘Louisa Prinses der Nederlanden’. Dit schip was in 1827 in Dordrecht gebouwd en was in de vaart gebracht als een van de eerste schepen, die door de N.H.M. (Nederlandsche Handels Maatschappij bevracht zouden worden. In de zeven daaropvolgende jaren liet de rederij nog zes schepen bouwen, die op één na Rooms-katholieke namen kregen, een naamgeving die, voor zover bekend, in ons land verder nooit is voorgekomen. Het waren de barken H. Vincentius, H. Liduïna, St. Jan en Patriarch Samhiri en de brik H. Willibrordus. De enige uitzondering wat naam betreft, was de bark Louisa Prinses der Nederlanden, welk schip echter niet op “De Lelie” werd gebouwd, maar ergens anders werd aangekocht.

De brik “H. Willibrordus” van rederij J.H. van Gent. Kopie van een aquarel in bezit van Th. van Gent te Vlaardingen.
Foto: Gemeentearchief Schiedam / beeld: 12063 /Fotograaf: A.C. de Voogd van der Straaten.

De andere namen zijn echter typerend voor de geïnteresseerde, actieve katholiek, die Van Gent was: St.-Jan, de aloude patroon van zijn stad; Liduina, de middeleeuwse Schiedamse heilige, wier relieken in 1869 en 1871 uit Brussel zouden worden teruggebracht en wier verering in 1890 door Rome zou worden goedgekeurd; St.-Willibrord, eveneens een vaderlands heilige, wiens verering in deze tijd weer sterk opkwam. De H. Vincentius a Paulo herinnerde aan de schutspatroon van de vereniging voor armenzorg, van welke Schiedamse afdeling Van Gent de president was, terwijl we in Stella Maris misschien een hommage mogen zien aan Onze Lieve Vrouw, de patrones van de kerk, waarvan hij kerkmeester was. De Patriarch Samhiri was genoemd naar een geestelijke van de Gelinieerde Griekse Rooms-katholieke kerk in de Libanon, die enkele weken in Schiedam in de pastorie aan de “Lange Haven” had gebivakkeerd om geld in te zamelen voor de Maronieten, die door de Muzelmanse Drusen werden vervolgd.

Het is begrijpelijk dat Van Gent – zelf een belangrijk man in de Schiedamse gemeenschap, getuige de vele bestuursfuncties, die hij in allerlei organisaties vervulde** — de herinnering aan dit bezoek heeft willen bewaren in de naam van een van zijn schepen. Tot 1873 is het schip in Schiedamse handen gebleven, daarna wordt het niet meer in de Jaarboekjes, die door de gemeente Schiedam werden uitgegeven, genoemd. Het was toen allang geen eigendom meer van Van Gent. Deze was namelijk kort na zijn benoeming, in 1859, tot lid van de Gemeenteraad op reis gegaan naar het Heilig Land. Tijdens de terugreis stierf hij, na een korte ziekte, op 29 november van dat jaar te Alexandrië. Zijn rederij bleef nog tot 1864 bestaan, maar de meeste schepen werden in 1860 overgedaan aan de firma J. D. Meyer. Het is mogelijk dat de heer Meyer een goede bekende was van de familie Van Gent – een verwant was hij niet —, want in het Schiedamsch Jaarboekje van 1872 wordt de rederij van de firma J. D. Meyer niet meer vermeld, maar verschijnt wel de firma J. H. van Gent weer, o.a. met het schip de Samhiri. Een dochter van J. D. Meyer was in 1869 in het huwelijk getreden met een zoon van Van Gent en het is dus waarschijnlijk dat deze de rederij van zijn in 1871 bijna zestig jaar oude schoonvader heeft overgenomen. Lang heeft de nieuwe rederij Van Gent niet bestaan. In het Jaarboekje voor 1874 wordt ze niet meer vermeld. Belangrijker dan deze rederij waren in de jaren zeventig de rederijen van de firma’s A. Prins & Co. en H. J. Plant & Co. 

Verdere rederijen, de meeste bestonden slechts gedurende enkele jaren en voerden het boekhouderschap over maar een paar schepen, waren: F. W. v. d. Elst en Co, H. J. Plant en Co, S. J. Melchers, Engers Roelofs en Co en Plant de Visser.

J.H. van Gent was niet alleen scheepsreder, maar exploiteerde met zijn broer een distilleerderij, die vernoemd was naar zijn broer Piet van Gent.
**Van Gent was lid van de Gemeenteraad, van de Kamer van Koophandel; kerkmeester van de Frankelandse kerk, president van de St. Vincentiusvereniging, president van het St. Liduinagesticht voor oude vrouwen, lid van het bestuur van de kath. begraafplaats; penningmeester van de commissie voor de zwem- en badinrichting, bestuurslid van de gymnastiekschool en van de Vereeniging tot het verschaffen van goede woningen; ook was hij commissaris van de beurs
Schiedamsch Jaarboekje 1859.
Headerfoto: De bedrijfspanden van de distilleerderij van Piet van Gent genummerd met de nummers 8 en 10 aan de Noordmolenstraat gezien vanuit het Spinhuispad. 
Foto: Gemeentearchief Schiedam, beeld 07046 / Fotograaf: J.F.H. Roovers
Bronnen: Schiedamse Miniaturen Deel IV door Anno Teenstra 1956, Schiedam in de tweede helft van de negentiende eeuw door Dr. H. Schmitz


Scheepsbouwmuseum.nl 2022

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2022