Tewaterlating bouwnummer 161 Laurent Meeus 1929

Donderdag 12 december 1929 zou om half 12 van de werf Nieuwe Waterweg in Schiedam het motortankschip, ‘Laurent Meeus’, in aanbouw voor de N.V. Purfina Marittime te Antwerpen te water worden gelaten. Door de hevige wind werd de tewaterlating uitgesteld tot zaterdag 14 december. De officiële doop met alle genodigden ging wel door op die stormachtige donderdag.

Voor deze gelegenheid was een groot aantal gasten uit België overgekomen. De zware storm was echter oorzaak dat de directie van de werf het veiliger oordeelde, de te waterlating uit te stellen lot gunstiger weersomstandigheden.

De plechtigheid bepaalde zich derhalve tot het ten doop houden van het schip. hetgeen geschiedde door mevrouw Meeus. Aanwezig waren behalve de directeur der Scheepswerf Nieuwe Waterweg, de heer Ir, A. Knaape en de directeur der Rotterdamsche Droogdok Mij., de heer D. C. Endert Jr., de heeren Maskens, gezant van België, Ed Houwers, Belgische consul, M, Nicault, Fransche consul, P. Bechet, secretaris der Fransche legatie, v. d. Stegen, burgemeester van Gent, mej. Boonants, wethoudster en Balthasar, Cnudde, Carpentier en Siffer, allen wethouder van Gent, Norro gemeentesecretaris van Gent, Macho en Mallerns, beide hoofdingenieurs van bruggen- en wegenbouw, Cuveller, waterschout van Antwerpen, Blondes, havenmeester en Hauspye, hoofdingenieur van Gent, Leon Velge, directeur der N.V Purifina., Le Meeus administrateur der Comp. Financiere Belge des Petroles, Antwerpen, Pules Velge, directeur van den Lloyd Royal Belge, Baron Passerat de la Chapelle, administrateur van Petrofina, graaf de Bourguignon de St. Martin, zaakgelastigde van Frankrijk in den Haag, alsmede de heeresi Verhé, Kapitein en Jansen, de machinist van de „Laurent. Meeus”. 

Na deze plechtigheid kwamen de gasten bijeen in een der lokalen van het kantoor. Ir. Knaape het woord nemende, vond het jammer, dat het weder niet toeliet, het schip te water te laten gaan. Het deed hem veel genoegen dat zo velen van de uitnoodiging hebben gebruik gemaakt. Het schip is echter goed gedoopt en zal zoo spoedig het weder het toelaat, te water gaan. Het is reeds eenigen tijd geleden, zoo vervolgde spr. dat het s.s „President Francqui” te water werd gelaten. Dit schip heeft nu reeds zes reizen van Batoum naar Zelzate gemaakt en meer das 100.000 tons olie vervoerd. De capaciteit van de „Laurent Meeus” – is ongeveer 30 procent grooter. Het schip is 123 Meter lang en 20 M. breed, Een woord van dank uitte spr. verder aan mevr. Meeus, die het schip ten doop hield en bood haar als aandenken aan dezen doop een zilveren souvenir aan.

Ten slotte stelde spr. voor een dronk te wijden op het welzijn de Mij. Purfina. Hierna ging de eerewijn rond terwijl daarna den Belgischen gasten een noenmaal werd aangeboden.

Bronnen: Nieuwe Schiedamsche Courant 13 december 1929
Headerfoto: Stadsarchief Rotterdam nr. 4181-RDM-33270 / fotograaf: Onbekend.

Laatst bijgewerkt op: 26 maart 2022