Tijdlijn Scheepswerf ‘Nieuwe Waterweg’


1914

  • De vennootschap werd in Rotterdam opgericht op 10 juni 1914, bij acte verleden voor de notaris mr. S. J. van Zijst, op het ontwerp waarvan de Koninklijke toestemming is verleend bij ”Besluit van 22 mei 1914 no. 34”. 
  • Scheepsbouw-Mij. “Nieuwe Waterweg”. De Staats Courant No. 156 bevat de akte van oprichting der naamloze vennootschap Scheepsbouw-Mij. „Nieuwe Waterweg” (New Waterway Shiphuilding Cy.), Rotterdam. Kap. ∫ 1.500.000. aand. v. ƒ1000. Gepl. en volgest. 300 aand., nl. 270 bij de Furness Scheepvaart- en Agentuur-Mij: 10 aand. bij E. Furness, 10 aand. bij P. Chr. Jongeneel en 10 aand. bij W. v. Dam. Aan E. Furness worden 250 bewijzen van oprichtersrechten gegeven. Bron: Schiedamsche Courant 7 juli 1914
  • Ontwerp-besluit ter uitvoering van de bereidverklaring in principe bij Raadsbesluit van 12 Mei l.l. om aan de N.V. Scheepsbouwmaatschappij “Nieuwe Waterweg” ten noorden van het groote terrein alsnog een stuk grond in erfpacht uit te geven. Overeenkomstig ‘t voorstel besluit de Raad Burgemeester en Wethouders te machtigen aan de N.V. Scheepsbouw-Maatschappij „Nieuwe Waterweg” (New Waterway Shipbuilding Company) in erfpacht uit te geven voor ten hoogste 6O jaren, ongeveer 1 hectare opgehoogden grond, ten noorden van voormeld terrein, en tegen een canon per centiare van 65 cents, eventueel verhoogd met 20 cent voor het recht om een tweede dok in de haven te meren. Bron: Schiedamsche Courant 22 december 1914 

1915

  • Augustus, werf nog niet in bedrijf, maar heeft al drie opdrachten voor schepen in porfolio.

1916

  • Op 8 juni kreeg  de N. V. Scheepsbouw Maatschappij „Nieuwe Waterweg” en haar rechtverkrijgenden van B&W  officieel toestemming, tot het oprichten van een scheepswerf en reparatie-inrichting op het terrein in het Sterrenbosch, kadaster Sectie N nos. 204, 205, 206, 216„ 218, 234, 235 en 236;
  • In augustus werd bekend dat de scheepswerf evenals glasfabriek ‘De Schie’ op een Duitse zwarte lijst was geplaatst. Plaatsing op die lijst hield in dat Duitsland aan deze bedrijven geen materialen leverde.

1919

  • Op 15 maart  liep het ss Trad op een mijn in de buurt van Ameland en voer naar Schiedam voor reparatie bij ‘Nieuwe Waterweg’.
  • Op 22 mei aankomst van het 10.000 tons droogdok dat wordt afgemeerd in de Wilhelminahaven.
  • Juli kiellegging twee vrachtschepen voor rekening van de Holland Amerika Lijn.
  • 19 augustus tewaterlating van het eerste gebouwde  schip op scheepswerf ‘Nieuwe Waterweg’. Doopvrouwe van de ‘ss Delft’ was gravin Van Heerdt tot Eversberge uit Heemstede.
  • 18 oktober proefvaart ‘ss Delft’.
  • 3 december tewaterlating van het ‘ss Maria a de Mumbru’. De doopvrouwe was mevrouw James Crighton.

1925

  • 31 januari: Tewaterlating van het ‘ss Monica Seed’ gebouwd voor Engelse rekening.
  • 2 februari: De Schiedamse werf wordt in zijn geheel overgenomen door de RDM uit Rotterdam. Al het personeel wordt per 21 februari ontslagen, maar kan zich daarna meteen aanmelden. Na aanmelding zal RDM bekijken of eenieder weer kan worden aangenomen en tegen welke voorwaarden.
  • 19 februari: Door de vergadering van Algemene Aandeelhouders van de Werf ‘Nieuwe Waterweg’  wordt de heer ir. A. Knape benoemd tot algemeen directeur.
  • 23 maart: Tewaterlating van het Engelse schip ‘ Orsa’. Het schip werd gedoopt door mevrouw A.M.M. Eikelenboom – Smit.
  • 7 mei: Tewaterlating van het schip ‘Magician’ in aanbouw voor rekening van ‘The Charente Steamship Co. Ltd ‘ in het Engelse Liverpool.
  • 12 mei: Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders is eervol ontslag op eigen verzoek verleend aan de heer D.B. Geddie teruggetreden als directeur.  Bovendien werd benoemd als directeur de heer  J.M. Taylor.

1932

Laatst bijgewerkt op: 9 maart 2022